print paginaBellinck: 'We flirten met pseudorealiteit'
Zomer 2009: terwijl de Belgische missie in Afghanistan in nevelen gehuld bleef, vuurden Thomas Bellinck en Jeroen Vander Ven de voorstelling Fobbit op het publiek af. ‘Onze interviews met militairen deden ons beseffen dat oorlog veel complexer is dan de evidente morele overtuiging dat je geen mensen mag doodschieten’, aldus Bellinck.
door Wouter Hillaert
In een mijnenveld van colablikjes, in groenig rooklicht, geeft de eenzame soldaat in Fobbit (Jeroen Vander Ven) zijn persoonlijke relaas over militaire interventies in conflictgebieden. Zuigend gorgelt zijn adem door zijn gasmasker, rechtstreeks confronteert hij de zaal. Het is moeilijk onberoerd te blijven.
Thomas Bellinck en Jeroen Vander Ven, samen afgestudeerd aan het Brusselse Rits, richtten intussen hun eigen gezelschap op. Met Steigeisen maken ze ‘theater in het niemandsland tussen historisch feit en kleinmenselijke fictie’. In Billy, Sally, Jerry and the .38 gun herbekeken ze de tweede mislukte moordaanslag op president Ford in 1975. In Lethal Inc laten ze binnenkort Fred A. Leuchter aan het woord, de uitvinder van het dodelijke injectieapparaat.
‘We hebben het vaak over kleine mensen die verpletterd worden onder de geschiedenis, of over grootse figuren in hun allergrootste lulligheid’, aldus Bellinck. ‘Hoeveel historische veranderingen ontkiemen er niet uit inefficiëntie, middelmatigheid of stom toeval? Dat fascineert ons: het ogenschijnlijk herkenbare, soms zelfs schrikwekkend ordinaire, in de schaduw van een buitengewone context.’
Van welke context is de soldaat in Fobbit het slachtoffer?
‘Wat ons frappeerde, is dat België een van de weinige NAVO--landen is dat militairen inzet in missies, maar hen niet toelaat om mee te vechten. We leiden dus mensen op voor iets wat ze daarna niet mogen doen. Alsof Jeroen en ik na vier jaar theaterstudies wel in een schouwburg zouden mogen werken, maar zonder voorstellingen te mogen maken. Ongelooflijk toch? Het is die consternatie die we hopen te delen met ons publiek, waaronder we zeker ook de militairen zelf rekenen. Als zij de voorstelling niet goed zouden vinden, klopt er iets niet. Gelukkig valt dat tot nog toe bijzonder goed mee.’
In al jullie voorstellingen spelen wapens een centrale rol. Hoe verklaar je dat?
‘Oei, nooit bij stilgestaan. Ik hou me ver van wapens. Er gaat een akelige aantrekkingskracht van uit: geen ander object ligt zo goed in de hand. Maar met Steigeisen zijn we veeleer bezig met geweld in het algemeen, geloof ik. Geweld is alomtegenwoordig, en niet alleen fysiek. Je hebt ook psychisch geweld, systemisch geweld en het verdoken geweld onder machtsrelaties of in onze taal. Nergens heb ik dat zo sterk gevoeld als door te werken in precaire omgevingen als de gevangenis en de psychiatrie. Ik ben een enorme optimist, maar blijkbaar kunnen we daar niet onderuit. Vele mensen proberen zo goed mogelijk hun ding doen, maar mogen, kunnen of willen niet boven zichzelf uitstijgen, en in die confrontatie ontstaan frustratie en geweld. Volgens mij is dát de rode draad door ons theater.’
Jullie werken docmentair, maar zullen nooit echt documentair theater maken, wel?
‘We kiezen de middenweg: flirten met pseudorealiteit. Met bepaalde interviews of documenten willen we op scène niet foefelen. Maar tegelijk vind ik voorstellingen met louter cijfers strontvervelend. We willen niet noodzakelijk iets meedelen, we willen vooral graag iets overdragen. En daartoe zetten we muziek in, of grote beelden. Zonder te veel te dramatiseren of in meligheid te vervallen, proberen we ons materiaal spannend en speelbaar maken. Als mensen afhaken, staan we nergens met al onze inhoudelijke goede bedoelingen.’
Fobbit speelt op 27.11.10 en 28.11.10 in de Brakke Grond en is onderdeel van De Brakke Grond & IDFA.
Wouter Hillaert is freelance theaterjournalist voor De Standaard en podiumredacteur voor het tijdschrift rekto:verso.
