
print paginaHet levensritme in de grootstad is verziekt
De jonge Nederlandse performer Joost Maaskant speelt mee in de Vlaamse voorstelling Bezette Stad, naar de beroemde dichtbundel van Paul Van Ostaijen. Diens geest waart nu in rap en human beatbox.
door Mirjam van der Linden
Verlaten ZIJN/verlaten stad /verlaten plein/verlaten kino/kino kapotte koffietas/holle haven/holle mensen/moeë mensen /matte mensen /matte treinen /geschok geknars stilstaan gezaaid in landschap. Deze tekst ‘over de verlatenheid in de stad’, die nog strofenlang doorgaat, vindt performer en stemkunstenaar Joost Maaskant (26) misschien wel de mooiste. ‘Er is oorlog, de mensen zijn bang. Als je de regels hardop leest, voel je de kilte en de stilte.’
Maaskant, Fries, onlangs afgestudeerd als ‘theatraal performer’ aan de Toneelacademie Maastricht, speelt in Bezette Stad (2009), een productie van de Koninklijke Vlaamse Schouwburg (KVS) naar de gelijknamige dichtbundel van Paul Van Ostaijen uit 1921. Deze monumentale ‘woordkunst’, zoals Van Ostaijen zijn poëzie graag typeerde, memoreert Antwerpen tijdens de Eerste Wereldoorlog. Regisseur Ruud Gielens en schrijver en acteur Jeroen Perceval vertaalden de expressieve en onnavolgbare woorden, die typografisch eveneens heel expressief en onnavolgbaar over het papier dansen, in een stemmenspel van spraak, rap en human beatbox. Ook de thematiek gaven ze een eigentijdse draai.
In de bezette stad van Gielens geen ‘vertrapte mensen’ en ‘verdrekte soldaten’. Maaskant: ‘Destijds namen de Duitsers de stad over, nu zijn het de media die alles bepalen. Overal zijn reclames die ons aansporen te kopen. Overal zie je auto’s en flats. Dit materialisme verwijdert ons van elkaar, maakt narcistisch. Het vergroot de verschillen, de rangen en standen. Wat beleef je eigenlijk samen als iedereen naar een i-Pod luistert en op Facebook bezig is?’
Het levensritme in een eigentijdse grootstad zoals Maaskant, die zelf in Leeuwarden woont, dat beschrijft, is verziekt. Mechanisch en hol, net als bij Van Ostaijen. Dat diens verlatenheid hem aanspreekt, zo’n negentig jaar na dato, is dus te begrijpen. Maar is de voorstelling ook zo nihilistisch, defaitistisch als het boek? Maaskant: ‘Van Ostaijen zegt eigenlijk: er moet een bom op de stad vallen, dan is er ruimte om iets nieuws te maken. Dat is ook een beetje de portee van de voorstelling. De performers zijn een soort koor dat strijdt, maar ons verzet zal zich ook tegen ons keren.’
Er is, ook in het theater en met Shakespeare als favoriet, wel vaker op klassieke teksten gehiphopt. Maar Bezette Stad is anders, volgens Maaskant. ‘Het gaat de subcultuur van de hiphop voorbij. Ik zie mezelf ook niet als een hiphopper; vroeger ja, in mijn puberteit, toen droeg ik baggy broeken. Bezette Stad is een serieuze muziektheatervoorstelling waarin wel technieken uit de hiphop worden gebruikt.’ De eerste drie weken van de repetities hebben de performers alleen maar in een kringetje achter een microfoon gezeten. ‘Beats luisteren, daaruit toffe ritmes halen en al improviserend verwerken tot beatbox-ritmes.’ Zo ontstond een scala aan muziekjes en loopjes. Vervolgens is gekeken hoe de tekstbewerking van Jeroen Perceval daar pratend en rappend overheen gelegd konden worden.
Ook Maaskant schreef een tekst geïnspireerd op Van Ostaijen. ‘Ik vind zijn warrigheid heel prikkelend. Weet je hoe het volgens mij werkt? Je moet je hoofd 180 graden draaien en dan bij alles wat voorbijkomt alle associaties opschrijven, zonder daar enige logica in te willen wurmen.’ En inderdaad: zijn drum ’n’ bass-rap op woorden kriskras uit Bezette Stad is een tuimeling van beelden, sneller dan tong en ratio voor mogelijk houden.
Bezette Stad door KVS op 18.03.11 en 19.03.11 in de Brakke Grond. Ga voor de razendsnelle rap van Maaskant naar: www.kvs.be, zoeken op Bezette Stad.
Mirjam van der Linden is vaste medewerker van de kunstredactie van de Volkskrant en communicatietrainer/tekstschrijver bij to|taal.















































