
print paginaInterview Herman Brusselmans
Herman Brusselmans heeft een monoloog geschreven voor de actrice Lies Pauwels. De tekst bevat alle typisch Brusselmansiaanse ingrediënten. ‘Ik ben een one trick pony’, vertelt Brusselmans aan De Standaard.
Van Eric De Kuyper tot Erwin Mortier en Annelies Verbeke: Campo heeft al een hele plejade auteurs aangepord om een theaterpersonage in het leven te roepen. Dit keer is Herman Brusselmans aan de beurt, een auteur voor wie theater gewoonlijk uitdraait op een tussendoortje. ‘Tussen het schrijven van twee romans, om mij te amuseren’, zegt hij.
Het begon met De Canadese muur, uit de periode dat hij nog een Mooie Jonge Oppergod was. Het stuk, dat hij samen met Tom Lanoye schreef, werd na de passage in het Raamtheater een blijvertje in het amateurtoneelcircuit.
Voor Campo schreef Brusselmans nu zijn eerste theatertekst in opdracht, over een vrouw op de rand van een zenuwinzinking. Ze is getrouwd met een zwarte, heeft ‘twee apen van kinderen’ en sleept zich door het leven.
Herman Brusselmans als theaterliefhebber: het is iets wat we ons moeilijk kunnen voorstellen. Wat houdt je tegen?
(Bloedserieus) ‘Een psychosomatische aandoening, die ik al vanaf mijn jeugd heb. Als ik midden in een rij zit, heb ik het onbedwingbare gevoel dat ik dringend moet pissen. Ook als ik in de cinema zit.’
‘Ik kan mij ook heel moeilijk in theater inleven. Ik zie altijd alleen de acteur, niet de rol die hij speelt. Dat geldt nog sterker bij bekende figuren. Eerst proberen ze je te doen geloven dat het Lucifer is die het woord tot je richt. Een moment later is het gewoon Jan Decleir, die sakkert omdat de zaal te rumoerig is.’
Is het theater veranderd sinds je debuut in de jaren tachtig?
‘Ik vrees van niet. Ik lees wel eens een recensie in de krant en moet dan constateren dat Shakespeare of Tsjechov op de affiche blijven staan, maar dan gezien door de bril van weer een nieuwe jonge regisseur. En daarnaast heb je de generatie van Arne Sierens, Jan Fabre en Dirk Tanghe, die nog altijd hun ding doen.’
‘Van experiment lig ik niet wakker. Vernieuwing berust op een misverstand: alles is ooit al eens uitgeprobeerd. Ik kan mij niet voorstellen dat je een avondje naar theater gaat en verbluft buitenkomt: “Dat had ik nu nog nooit gezien.” Het geldt trouwens voor zoveel dingen. Ook voor muziek. De laatste echte revolutie, die van de dance, was al gebaseerd op wat daarvoor kwam.’
Schrijf je anders voor theater?
‘Je hebt een voorgeschreven lengte en timing. Het stuk moet nu eenmaal gespeeld worden. En de opdracht luidde ook: een monoloog voor een vrouw. Daar heb ik mij eerlijk gezegd weinig van aangetrokken: de vrouw die hier haar midlifecrisis beleeft, zou eigenlijk een mannelijke hoofdfiguur uit een van mijn romans kunnen zijn.’
‘Iedereen is uiteindelijk een one trick pony. Wat ik goed kan, doe ik al dertig jaar: romans schrijven en columns. Soms kriebelt het wel eens: zou ik geen thriller schrijven? Of een serieus non-fictieboek? Maar het blijft bij een opwelling.’
‘In Een vrouw die de horizon heeft bereikt speel ik wel met het genre. Lies Pauwels speelt eerst zichzelf: het personage Lies Pauwels, zoals ik dat voor haar bedacht heb. En daarna kruipt ze in de huid van Vera Van de Velde, huisvrouw en arm schaap.’
…en ook de vrouw van iemand die als bodyguard ingehuurd is door Dimitri Verhulst. Duiken uw favoriete pispalen weer op?
‘Het lijken altijd dezelfde figuren die ik erdoor sleur, maar er zit eigenlijk geen strategie achter. Ik gebruik gewoon graag mensen die iedereen meteen herkent.’
‘In dit stuk is Dimitri Verhulst zo beroemd geworden, dat hij niet meer zonder bewaking kan buitenkomen. Best een vermakelijk ideetje, niet? Maar een bekend personage opvoeren blijft voor mij in de eerste plaats spielerei. Ik lach graag en kan mensen tot op de grond afbreken. Maar evengoed hemel ik mijn vrienden onvoorwaardelijk op.’
‘In een column heb ik niet zo lang geleden de draak gestoken met de jongste schrijversgeneratie in Vlaanderen. Humo heeft ze daarna allemaal opgebeld, maar niemand wou reageren. Ook Verhulst niet. Polemiek, mijn favoriete genre, vindt hier niet direct veel weerklank.’
Wordt het geen tijd voor een vervolg op uw hilarische ‘Geschiedenis van de Vlaamse Letterkunde’?
‘Dat zit inderdaad in de pijplijn. We zijn intussen 25 jaar later, met een compleet nieuwe generatie schrijvers.’
foto: Filip Claus
Op woensdag 30 maart de voorstelling: Een vrouw die de horizon heeft bereikt van Campo met een tekst van Herman Brusselmans















































