print paginaProfiel: Berlin

In het kader van De Brakke Grond & IDFA is ook de Nederlandse première van Tagfish te zien. Deze productie van Berlin gaat, net als het Vlaamse collectief zelf, alle grenzen te buiten.
door Karin Veraart

Mülheim an der Ruhr. Je komt nog eens ergens – en dat is niet eens ironisch bedoeld. Mülheim is een van de kernlocaties van Ruhrgebied – Europese Culturele Hoofdstad. Dat mag een beetje vreemd klinken, in praktijk betekent het dat je spannend theater kunt gaan zien – én spelen – op soms nog spannender plekken in en rondom de industriële kastelen die het gebied rijk is. Niet verbazingwekkend dus eigenlijk dat hier ook Berlin opduikt.

Berlin, dat zijn Bart Baele en Yves Degryse, jongens die elkaar van kindsafaan kennen, die in 2000 afstudeerden aan respectievelijk de Theaterschool Amsterdam afdeling Decor, Licht, Geluid en KVMC Antwerpen Toneel, en in 2003 hun collectief begonnen onder de naam van de stad die hen blijft fascineren: Berlijn.

En het zíjn stadsmensen, deze theatermakers; sinds hun samenwerking maakten ze onder de noemer Holoceen vier uitgebreide stadsportretten waarmee ze de hele wereld over toerden, en ze zijn nog lang niet klaar. Intussen zijn ze ook begonnen met een parallel project: Horror Vacui, waarvan de pilot gaat over de toestand in, jawel, het Ruhrgebied. Tagfish heet die voorstelling, en ze premiert heel toepasselijk in het gebied waarover ze gaat, in zo’n typisch fraai opgeknapt gebouw, de Ringlokschuppen, een remise waar ooit aan locomotieven werd gesleuteld.

Kort voor de première benen de makers wat nerveus door de lommerijke buitenboel die het gebouw omgeeft; twee jeugdige mannen van 32 met een vastbesloten uitdrukking op hun gezicht. ‘Het komt goed’, roepen ze tegen verzamelde familie en vrienden. Dat is altijd nog best griezelig, want hun filmische theater is grotendeels afhankelijk van goedwerkende en –afgestelde techniek.

Tagfish (wat zoveel betekent als lokvisje, maar ook staat voor een schijnwinnaar in het pokerspel) is in dat opzicht typisch voor de Berlin-werkwijze. Bij binnenkomst in de theaterzaal zien we een van de makers met een stofzuiger in de weer; het toneel is een vergaderzaal waar in afwachting van de deelnemers nog even wat wordt gekuist. Kort daarop gaat de meeting daadwerkelijk van start. Rondom de tafel zitten ‘personages’, dat wil hier zeggen: op zeven stoelen zijn schermen aangebracht, en daarop worden zes personages geprojecteerd; stoel zeven blijft verontrustend leeg.

Die personages zijn dan stuk voor stuk mensen die ieder op een eigen manier zijn betrokken bij de ontwikkeling van het Ruhrgebied, specifieker: van Zollverein, een monumentaal stuk grond, werelderfgoed. Er zijn plannen zat, maar er zijn evenzovele valkuilen en een geldschieter blijkt niet makkelijk te vinden. Naarmate de voorstelling vordert, geraakt eenieder verstrikt in een (voor de toeschouwer hilarisch) web van non-communicatie. Enig resultaat blijft uiteindelijk uit.

Het is een zo meeslepend en grappig gegeven dat je als kijker al heel snel ‘vergeet’ dat deze mensen in strikt letterlijke zin (ook) helemaal niet met elkaar praten. Ze zijn door de makers ieder
afzonderlijk geïnterviewd, vaker dan één keer (dat is te zien aan de kleding bijvoorbeeld) maar het is dusdanig strak gemonteerd dat het lijkt alsof er een vergadering gaande is – met eenheid van tijd, plaats, handeling van dien.

De serie Horror Vacui, ‘angst voor de leegte’, wil steeds uitgaan van een vergadertafel in een oord waar Berlin zich op enig moment ophoudt en inzoomen op een kwestie die daar speelt. Intussen gaat hun eerste reeks, over allerhande plekken op aarde in dit geologische tijdsgewricht (het holoceen), ook door. Inmiddels hebben ze vier voorstellingen op het repertoire, die zich afspelen in Jeruzalem, Iqaluit (Inuit-hoofdstad), Bonanza en Moskou, en die reizen van Poznan via Terschelling naar Turijn.

Binnen het Antwerpse collectief is er geen strikte taakverdeling, al is het zo dat Degryse (hij was ooit medeoprichter van SKaGeN) vaak de interviews doet, en Baele zich ontfermt over camera, montage en technische details. Bij Holoceen was ook actrice Caroline Rochlitz betrokken, maar zij maakt inmiddels geen deel meer uit van de kern. Berlin werkt overigens graag met gasten. Bij Iqaluit was dat bijvoorbeeld schrijver Ivo Michiels, bij Bonanza de Vlaamse cineast Nico Leunen.

De keuze voor de eerste locatie, Jeruzalem, was instinctief, aldus het stel. Het resultaat was een soort triptiek van interviews met Franciscaner monniken, orthodoxe Joden, betrokken moslims, journalisten en pelgrims, Israëlische en Palestijnse wetenschappers, tegen de achtergrond van de Klaagmuur, checkpoints, oude stads¬muren en een vluchtelingenkamp. Na de chaos van die plek werd het de stilte van Noord-Canada: een geïsoleerd oord dat veelal alleen bereikbaar was per vliegtuig. De voorstelling Iqaluit kende vele stadia, en is momenteel vóór alles een installatie. Volgden nog Bonanza (zeven boze inwoners van het kleinste stadje in Colorado) en Moskou.

De werkwijze: de plekken moeten – uiteraard – intrigeren, en dan komt er een storyboard, of een synopsis, met onderwerpen waarvan ze ‘vermoeden’ dat ze aan bod moeten komen. Van tevoren wordt een fictieve rode draad bepaald. Maar zodra er zich in werkelijkheid iets mooiers voordoet, is die ook direct verlaten. Als toeschouwer word je met regelmaat op het verkeerde been gezet. Is het documentair? Of toch fictie? Zit het er tussenin, maar hoe dan?

‘We moeten voelen dat er theatrale elementen aanwezig zijn die het anekdotische overstijgen. We hebben ook nood aan afstand. We benaderen de stad in al haar aspecten, inclusief de clichés. We moeten de stad met een argeloze blik kunnen bekijken en ontdekken: als we in een nieuwe stad toekomen, lijken we net toeristen of kinderen. Maar de keuze berust zowel op intuïtie, als op een vooraf bepaald plan’, zo zeiden Baele en Degryse in een interview na Moscow.

En wat er dan gebeurt: ‘Alles hangt van de stad af. In Bonanza hebben we heel veel koffie gedronken met de inwoners. In een metropool als Moskou moesten we natuurlijk op een andere manier te werk gaan. Daar vertrekken we vanuit een meer theoretische benadering. We leggen in grote lijnen vast wat we gaan doen en bepalen verschillende types personages die ons representatief lijken voor de diverse sociale, religieuze en culturele aspecten van de stad. Heel vaak worden we verrast door de antwoorden, omdat ze niet overeenstemmen met onze verwachtingen. De gesprekken volgen een strikt schema, met dezelfde vragen voor iedereen, maar we stellen ook meer specifieke vragen. Voor Moscow bijvoorbeeld vroegen we aan iedereen: “Is Moskou een circus?”

Holoceen en Horror Vacui zullen elkaar afwisselen en aanvullen, zo is de bedoeling. Tagfish krijgt nu z’n Nederlandse première tijdens een samenwerkingsprogramma met het documentairefestival IDFA. Documentaire? Theater? Installatie? Ga het zien en concludeer met de makers dat er verschillende waarheden zijn, en een etiket er niet erg toe doet.

 

Tagfish speelt op 17.11.10 en 18.11.10 in de Brakke Grond en is onderdeel van De Brakke Grond & IDFA. Zie ook: www.berlinberlin.be.

Karin Veraart is vaste medewerker van de kunstredactie van de Volkskrant en schrijft verder voor onder meer Esta.

 

 


Programma

mei 2012
ma di wo do vr za zo
  1 2 3 4 5 6
7 8 9 10 11 12 13
14 15 16 17 18 19 20
21 22 23 24 25 26 27
28 29 30 31      

 Volledig programma

Hou mij op de hoogte

Ja! ik wil nieuws per email en/of per post ontvangen.

 Meld mij aan