
print paginaÇa c’est du jazz
door Papy Mbwiti
Loop! Adem diep! Neem gerust een zakje zuiver water, u bent in bommerskonten. Welkom in Kinshasa, de bakermat van alle werven, lang leve het stof, en dat niemand zich gaat inpakken want, ja zie, verkoudheid of geen verkoudheid, dit is de prijs voor de modernisering, wie biedt er meer!
In die dikke stofwolk, die doet denken aan de beroemde as van die IJslandse vulkaan met de onuitspreekbare naam, dezelfde die wat respijt gaf aan de mensen zonder papieren, hoest ik, zweet ik, stik ik, bijgebeend door mijn Kinshasarealiteit van overleven en verzet. Hier tiert de kunst welig, hier krioelt ze, vloeit ze in overvloed, net als de flessen plaatselijke bieren op onze openluchtterrassen waar onze kijkhonger wordt gestild, waar we aan de overkant van de straat gaan zitten om toeschouwers te worden van onze eigen levens – misschien één van de weinige vrijheidsuitingen die ons nog rest: aanschouwen.
En ik, in dat alles, ik doe mijn best om jazz te spelen, te gek om los te lopen, ik ben de nieuwe Armstrong, ik verzin me een leven, ik koester een droom, ik sluit de ogen en speel toneel, op de maat van onze taxi’s met hun landskleuren, van de voorbijgangers met hun landsproblemen, van onze mooie vrouwen met hun landskonten, en ik probeer door het rookglas te gluren van de luxewagens waarin ze zich nestelen, altijd dezelfden, namelijk een ster van het lichte lied, een nieuwe rijke, een zalvende dominee met een financiële roeping, een militair met veel strepen, een volksvertegenwoordiger, een politicus of de allerlaatste, op vrije voeten lopende verduisteraar-van-overheidsgelden.
In die waanzinnige herrie verschenen, in 2005, Jan Goossens en David Van Reybrouck, voor rekening van de Koninklijke Vlaamse Schouwburg. Wat! De koning stuurt Vlamingen naar mijn concert, niet mogelijk, en toch… Maar kijk, zij willen ons ontmoeten, met ons spreken en vooral naar ons luisteren, zij stellen een andere soort muziek voor, een andere vorm van samenwerking, een louter horizontale, geen verticale, niemand legt wat dan ook op, het is een win-win toestand.
Samen met hen komt er Vlaamse bluzz, Martino van Arne Sierens, klaargestoomd door de jonge regisseur Raven Ruëll, wij zijn er ook, we dansen erbij, daarnaast wordt een atelier georganiseerd, we doen eraan mee. Ik krijg ruimte toebedeeld om mijn eigen partituur voor te stellen, da’s vrij vernieuwend als werkwijze, er nemen acteurs aan deel, regisseurs ook, niks dan gekken dus. En hop! Het is zover, we hebben Martino gespeeld op de wijze van Kinshasa, de eerste etappe zit er op.
Want op het vervolg wordt het wachten, vanzelfsprekend wachten. Wachten is immers een burgerplicht in deze stad. Kom! Wees geduldig, de volgende etappe loopt samen met de komst van de koning der Belgen. Wat! Zijn komst is symbolisch, ah zo! Zijn thuisblijven zou dat ook zijn, het hangt er maar van af hoe je het symbool bekijkt. Ik wacht op een andere koning, Johan Dehollander, geëscorteerd door missiechef Kerstens. Ah! Die heeft tenminste een Vlaamse baard, net als rebelse muziek ‘Rata kat rat kata tata!’, een vrolijke geest, een overlopend kinderlijk enthousiasme, een enorme gevoeligheid, een geschifte gekte, doordrongen van filosofie.
Zijn ziel versmelt met die van ons, we zijn allemaal een beetje gek, een beetje jongensachtig, en we koesteren allemaal wat teveel passie voor jazz en theater. Tot zijn gevolg behoort zijn minister van Dramatische Zaken, professor Geert Opsomer, evenals zijn microattaché, Nico Boon, en zijn waanzingouverneur, Koen Sluter. Dan zijn we er, kunnen we zoeken. Wàt, dat weten we niet, we stellen elkaar vragen, we gaan tegen elkaar in, we proppen ons vol met Louis de Funès, Fellini, een dikke soep van Jean Rouch, een saus van Chirac, Charles Chaplin en zijn Great Dictator. Maar vooral met het recept van de chef: Roland Topor, er bestaat niks maffers om het vuur aan de schenen te leggen van een wereld vol vooroordelen, ongelijkheden, dromen, verwachtingen, angsten, politiek, economische discrepanties, menselijk barbarendom van de holocaust tot de agressieoorlogen tegen Congo, om het te hebben over dat al te blanke Europa en dat niet altijd zwarte Afrika. En om ons opnieuw te buigen over die bijna incestueuze liefdesrelatie tussen België en Congo in het vijftigste hoofdstuk van die bijbel of koran van de geschiedenis, de politiek, het sociaal-culturele, de democratie, het kolonialisme en het neokolonialisme, enzovoort en zo verder.
Aldus verschijnt het voetstuk van die creatie Á l’attente du Livre d’Or, de vrucht van twee door elkaar gehutselde culturen, van een ontmoeting die eerst menselijk was, dan artistiek, dan professioneel, dan Kinshasa, dan Brussel, dan Gent, dan weer Kin, dan Antwerpen, dan Amsterdam, dan, dan… Maar het was wel wachten tot 2010, en wie zei daar dat we niks konden opbouwen, samen? Bakkes! Ça c’est du jazz!
À l’attente du Livre d’Or wordt op 10.09.10 en 11.09.10 gespeeld in de Brakke Grond in het kader van het programma Allez Congo!.
Papy Mbwiti is acteur, muzikant en schrijver, en speelt in Á l’attente du Livre d’Or.















































